Wat betekent het nieuwe pensioenstelsel voor jou?
- Van beloofde uitkering naar persoonlijke pot: je pensioen beweegt zichtbaarder mee met de economie
- Alle fondsen moeten uiterlijk begin 2028 over zijn; veel grote fondsen zijn al 'ingevaren'
- De fiscale ruimte om zélf bij te bouwen is flink verruimd — juist nu relevant
Wat verandert er in het kort?
In het oude stelsel beloofde je pensioenfonds een vaste uitkering: zoveel procent van je gemiddelde loon, levenslang. Die belofte bleek steeds moeilijker waar te maken — vandaar jarenlange discussies over dekkingsgraden en gemiste indexatie. In het nieuwe stelsel legt je werkgever premie in een persoonlijke pensioenpot die wordt belegd. Wat je straks krijgt, hangt af van wat er is ingelegd én van de beleggingsresultaten. Je pensioen kan dus eerder omhoog als het goed gaat — en beweegt ook eerder mee als het tegenzit, al worden schokken voor wie bijna met pensioen is gedempt.
Wanneer merk je er iets van?
De wet geldt sinds juli 2023; pensioenfondsen stappen gefaseerd over ("invaren") en moeten uiterlijk 1 januari 2028 om zijn. Veel grote fondsen zijn inmiddels overgestapt. Op je UPO en in de portal van je fonds zie je na de overstap je persoonlijke vermogen staan in plaats van een beloofde jaaruitkering.
Wat betekent het voor jou?
- Ben je jong (tot ± 40)? Dan profiteer je: in het oude stelsel subsidieerde jouw premie feitelijk de opbouw van ouderen (de doorsneesystematiek); die is afgeschaft. Jouw inleg werkt nu langer en dus harder voor jezelf.
- Zit je tussen ± 40 en 55? Dan val je in de groep die door die overgang opbouw misloopt. Fondsen hebben compensatieafspraken gemaakt, maar of die jouw nadeel volledig dekken verschilt per regeling — juist voor deze groep loont een persoonlijke doorrekening.
- Bijna met pensioen? Voor jou verandert er het minst: schokken worden gedempt en veel fondsen konden bij het invaren juist (deels) indexeren.
- Zzp'er? Je bouwt nog steeds niets automatisch op — maar de wet verruimde je fiscale ruimte fors: de jaarruimte ging naar 30% van de premiegrondslag en de reserveringsruimte naar tien jaar terug.
Ook nieuw: partnerpensioen en keuzebedrag
Het partnerpensioen wordt overal op dezelfde manier geregeld: een percentage van je salaris (maximaal 50%) op risicobasis vóór je pensioendatum. Wissel je van baan of stop je als werknemer, controleer dan goed of je partner nog gedekt is. Daarnaast komt er de mogelijkheid om op je pensioendatum maximaal 10% ineens op te nemen — handig voor een verbouwing of aflossing, maar het verlaagt je maanduitkering levenslang. De invoering daarvan is meermaals uitgesteld; reken er dus nog niet blind op.
Wat moet je nu doen?
Drie dingen. Eén: lees de overgangsbrief van je fonds niet weg — daarin staat wat er met jouw opgebouwde pensioen gebeurt. Twee: check na het invaren je nieuwe stand op mijnpensioenoverzicht.nl en vergelijk die met wat je verwachtte. Drie: bepaal of je gat groter of kleiner is geworden en of zelf bijbouwen nodig is. Bij dat laatste helpen we je gratis op weg.
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Voor advies over jouw situatie plan je een gratis gesprek met een adviseur.