Wat is een pensioengat — en heb jij er een?
- Vuistregel: je hebt straks zo'n 70% van je laatste brutoloon nodig
- Baanwissels, parttime werken, zzp-jaren en scheiding zijn de grootste boosdoeners
- Hoe eerder je het gat kent, hoe kleiner het maandbedrag om het te dichten
Zo ontstaat een pensioengat
Je pensioeninkomen bestaat straks uit drie lagen: de AOW van de overheid, het pensioen dat je via werkgevers opbouwde, en wat je zelf regelde. Die eerste twee lagen voelen als vanzelfsprekend, maar er sluipen gaten in zonder dat je er iets van merkt:
- Baanwissels — elke overstap betekent een andere regeling; kleine potjes raken versnipperd of vergeten, en oude regelingen groeien vaak niet mee met de inflatie.
- Parttime werken — je bouwt naar rato op; jaren 60% werken tikt stevig door in het eindresultaat.
- Zzp-jaren — geen werkgever, geen opbouw. De meeste zzp'ers regelen niets of te weinig.
- Scheiding — je ex-partner heeft recht op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Zie ook scheiden en pensioen.
- Magere regelingen — veel werkgeverspensioenen zijn de afgelopen jaren versoberd of kennen geen indexatie.
Rekenvoorbeeld: zo groot is een "gewoon" gat
Klinkt € 300 per maand als een overkomelijk gat? Bedenk dat het er elke maand is, twintig jaar of langer. En Sander is met 38 nog gunstig af: hij heeft dertig jaar om bij te sturen. Wie het gat pas op z'n 55e ontdekt, moet per maand een veelvoud inleggen voor hetzelfde resultaat.
Zo kom je erachter of jij een gat hebt
- Log in op mijnpensioenoverzicht.nl (DigiD) — daar staat je AOW én al je werkgeverspensioen bij elkaar, inclusief vergeten potjes.
- Vergelijk het te bereiken bedrag met 70% van je huidige brutoloon. Onze pensioencheck doet dat in twee minuten voor je.
- Kijk verder dan de vuistregel: ben je straks hypotheekvrij, dan kan minder volstaan; blijf je huren of wil je veel reizen, reken dan ruimer.
En dan: het gat dichten
Een pensioengat dicht je met drie knoppen: eerder beginnen, meer inleggen of langer doorwerken. De fiscaal aantrekkelijkste route is meestal een lijfrente: je inleg is binnen je jaarruimte aftrekbaar, waardoor de Belastingdienst tot bijna de helft meebetaalt. Daarnaast kun je vrij sparen of beleggen — flexibeler, maar zonder aftrek. Welke mix past, hangt af van je situatie; dat rekenen we graag met je door.
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Voor advies over jouw situatie plan je een gratis gesprek met een adviseur.