Eerder stoppen met werken: zo reken je het door
- Overbruggingsvermogen = jaren eerder stoppen × netto jaaruitgaven, plus de gemiste pensioenopbouw
- Drie jaar eerder stoppen kost al snel € 100.000 à € 130.000
- Vier potten om uit te putten: spaargeld en beleggingen, lijfrente, overwaarde en je pensioen eerder in laten gaan
De rekensom in het kort
Tot je AOW-leeftijd (nu 67, vanaf 2028 iets later) heb je geen AOW en meestal ook nog geen werkgeverspensioen. Elk jaar dat je eerder stopt, moet je dus volledig uit eigen middelen leven. De basissom:
Twee nuances maken de som vaak gunstiger. Ten eerste dalen je uitgaven meestal ná het stoppen: geen reiskosten, vaak een (bijna) afgeloste hypotheek, lagere belastingdruk. Ten tweede betaal je vóór je AOW-leeftijd geen AOW-premie meer over uitkeringen uit lijfrente — netto houd je van elke bruto euro dus meer over dan je denkt.
De vier potten waaruit je kunt putten
- Vrij vermogen — spaargeld en beleggingen zijn het flexibelst: geen regels, wel box 3-heffing. Zie sparen of beleggen voor het opbouwen ervan.
- Lijfrente eerder in laten gaan — een lijfrente hoeft niet tot je AOW-leeftijd te wachten; je kunt hem eerder laten uitkeren als overbrugging. Let op de looptijdregels: vóór je AOW-leeftijd starten betekent doorgaans een lange minimale uitkeringsduur.
- Werkgeverspensioen vervroegen — veel regelingen laten je het pensioen tot een aantal jaar eerder ingaan. De uitkering wordt dan levenslang lager (grofweg 6 à 8% per jaar vervroegen), dus dit is een knop om spaarzaam te gebruiken.
- Overwaarde — verhuizen naar een goedkopere woning of een opeethypotheek kan vermogen vrijmaken. Emotioneel de grootste stap, financieel soms de logischste.
De volgorde luistert nauw
Welke pot je eerst aanspreekt, bepaalt hoeveel belasting je in totaal betaalt. Vuistregel: gebruik de overbruggingsjaren (met een laag inkomen) om bruto potten tegen een laag tarief leeg te laten lopen, en spaar vrij vermogen juist voor de jaren waarin AOW en pensioen al lopen. Maar dé optimale volgorde bestaat niet — die hangt af van je regeling, je partner en je uitgavenpatroon. Precies het rekenwerk waar wij bij helpen; zie ook onze dienstpagina eerder stoppen met werken.
Begin met de peildatum, niet met het bedrag
De grootste fout is de vraag "heb ik genoeg?" zonder datum. Kies eerst een concrete stopdatum, reken uit wat die kost, en kijk dan wat er nodig is om het gat te dichten: langer doorsparen, een jaar opschuiven of deeltijdpensioen — vaak is 50% werken vanaf 63 haalbaar waar volledig stoppen dat net niet is.
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies. Voor advies over jouw situatie plan je een gratis gesprek met een adviseur.